Ruimte voor verscheidenheid

Printvriendelijke versie
"Sociaal-culturele organisaties hebben nood aan ruimte om verbanden te kunnen leggen met andere sectoren."
Wat gebeurt er? 
Sociaal-cultureel werk is er in alle vormen en gedaanten: oud en jong, groot en klein,… Sommige organisaties beantwoorden met heel hun werking aan de bril waarmee ook de overheid naar het sociaal-cultureel volwassenenwerk kijkt. Andere organisaties leggen vanuit hun sociaal-culturele kern allerlei bruggen met andere sectoren, doelgroepen,… Denk maar aan de verenigingen die werken met en opkomen voor kansengroepen, maar evengoed aan bewegingen die rond hun thema een samenleving willen prikkelen of de vormingsorganisaties die nauwe banden sluiten met gemeentelijke diensten en welzijnsorganisaties. Dat is goed, want zo ontstaan dwarsverbanden, zo groeit vernieuwing,… zo blijven we mensen centraal stellen.
Wat moet er gebeuren? 
De Vlaamse overheid erkent, stimuleert en promoot het veelzijdige karakter van het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Ze moedigt sectoroverschrijdend initiatief aan.
Dat betekent onder meer 
  • Het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk moet aandacht blijven hebben voor de ondersteuning van sociaal-cultureel werk in zijn verscheidenheid, met zijn verschillende functies en rollen, van lokaal tot internationaal.
  • Vormen van gegevensregistratie en evaluatie in het kader van het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk moeten ruimte blijven geven aan een diversiteit van organisaties, doelstellingen en werkvormen. De Vlaamse overheid moet erover waken dat ze geen aanleiding geven tot een versmallende sjablonering van het sociaal-cultureel volwassenenwerk.
  • Sociaal-culturele organisaties moeten de ruimte hebben om vanuit hun sociaal-culturele opdrachten ook andere functies op te nemen, ook al sluiten ze niet onmiddellijk aan bij (een beperkende interpretatie van) de vier functies in het decreet. Zo behouden we een sector die zichzelf vernieuwt en evolueert met de behoeften van de mensen voor wie de organisaties actief zijn.
  • We pleiten ervoor dat het sociaal-cultureel werk stimuli krijgt om sectoroverschrijdende initiatieven te nemen, zodat de sector nog meer dwarsverbanden kan aangaan met andere organisaties en werkvormen. 
  • De verbindingen tussen het jeugdwerk en het sociaal-cultureel volwassenenwerk moeten actief worden versterkt.
  • Er moet zeer zorgvuldig worden omgegaan met het begrip “dubbele subsidiëring”. Organisaties worden hier vaak mee geconfronteerd op het moment waarop zij partnerschappen met andere gesubsidieerde organisaties aangaan. Dubbele subsidiëring mag niet verwijzen naar het doel waarvoor de overheid de respectieve organisaties subsidieert, maar wel naar het feit dat dezelfde kosten geen twee keer met subsidies kunnen worden betaald.
  • De website www.laatmensenschitteren.be van Socius en ander campagne-materiaal verbeelden de verscheidenheid van sociaal-cultureel werk. We pleiten ervoor dat dit de basis vormt voor afspraken tussen overheid en sector rond een gemeenschappelijk communicatie-offensief in de loop van de volgende legislatuur.