Kansengroepen trekken het participatiebeleid

Printvriendelijke versie
"40 procent van de sociaal-culturele organisaties werkt met kansengroepen. Schakel hun expertise in, zodat we niet steeds opnieuw het warm water hoeven uit te vinden."
Wat gebeurt er? 
Net zoals het onderwijs en de arbeidsmarkt kent ook cultuur zijn uitsluitingsmechanismen. Met een aantal initiatieven, waaronder het participatiedecreet, wenst de Vlaamse overheid dit te verhelpen. Ook binnen het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk worden organisaties uitgedaagd om een participatiebeleid te ontwikkelen. Voor ongeveer 40 procent van de erkende sociaal-culturele organisaties behoort het werken met, voor en vanuit kansengroepen zelfs tot hun kernopdracht. Het sociaal-cultureel werk heeft niet enkel aandacht voor het versterken van mensen, maar ook voor het versterken van de samenleving in zijn aandacht voor diversiteit en participatie. Er is dus heel wat expertise in het sociaal-cultureel werk. Meer verbindingen zullen voorkomen dat steeds opnieuw het warm water wordt uitgevonden.
Wat moet er gebeuren? 
De Vlaamse overheid werkt een participatiebeleid uit waarbij zow el organisaties die werken met, voor en vanuit kansengroepen, als organisaties met een methodische deskundigheid, een prominentere rol krijgen.
Dat betekent onder meer 
  • Sociaal-culturele organisaties die werken met en voor een specifieke kansengroep en/of die bepaalde methodische deskundigheid in huis hebben, kunnen vandaag moeilijk een beroep doen op de participatieprojecten. Het is voor het doel van het participatiebeleid veel effectiever als deze expertise ook ten volle kan worden ingeschakeld. Alle sociaal-culturele initiatieven die bruggen bouwen en bestaande bruggen versterken, moeten aanspraak kunnen maken op deze projectmiddelen uit het participatiedecreet.
  • Met name voor de maatregelen waar (ook) lokale vrijwilligers in beeld komen, zijn de procedures in het participatiedecreet dikwijls moeilijk en/of liggen de verwachtingen ten aanzien van deze vrijwilligers soms zeer hoog. We denken hierbij bv. aan de participatie van vrijwilligers van verenigingen van en voor mensen in armoede aan de lokale netwerken in het kader van het participatiedecreet. We vragen dat de Vlaamse overheid ook mee de bovenlokale ondersteuning van deze mensen waarborgt. 
  • De criteria van het aanbod Podium binnen het participatiedecreet moeten dusdanig worden aangepast dat nieuw, ook etnisch-cultureel divers, talent sneller ingang kan vinden. 
  • Heel wat sociaal-culturele organisaties die rechtstreeks werken met kansengroepen hebben in de praktijk een belangrijke participatie-, toeleidings- en voorportaalfunctie (naar instellingen, diensten,…). We pleiten ervoor dat overheden hen hier meer voor erkennen. 
  • Een evaluatie en eventuele verdere uitrol van het proefproject UiTPAS in de regio Aalst houdt ook prioritair rekening met de mate waarin aan toeleiding kan worden gewerkt en aan realistische verbindingen met het sociaal-cultureel initiatief.