Infrastructuur voor sociaal-cultureel engagement

Printvriendelijke versie
"De betaalbaarheid van infrastructuur en de mogelijkheid om in de buurt te kunnen blijven, baren heel wat sociaal-cultureel werkers zorgen."
Wat gebeurt er? 
Jaarlijks organiseert het sociaal-cultureel volwassenenwerk een slordige 275.000 publieksgerichte activiteiten met 10.000.000 deelnames. Tel daar de 75.000 bestuursvergaderingen van lokale afdelingen en groepen bij en u begrijpt dat de fysieke ruimte om sociaal-cultureel actief te kunnen zijn voor ons zeer belangrijk is. De betaalbaarheid van het gebruik van infrastructuur, de mogelijkheid om in de buurten en wijken aan de slag te kunnen blijven, de noodzakelijke inspanningen inzake (brand)veiligheid en duurzaamheid baren heel wat sociaal-culturele werkers zorgen.
Wat moet er gebeuren? 
De Vlaamse en federale overheid werken, samen met de steden en gemeenten, aan een inhaalbeweging voor sociaal-culturele infrastructuur.
Dat betekent onder meer 
  • We vragen dat de Vlaamse overheid, in overleg met de steden en gemeenten, een strategische aanpak uitwerkt rond de grote noden aan ((brand-)veilige en duurzame) infrastructuur voor het verenigingsleven, op wijk- en buurtniveau.
  • De Vlaamse overheid moet opnieuw het reglement voor verenigingslokalen voor cultuur, jeugd en sport dat in 2009 is afgeschaft, activeren. Dit reglement kan de aanpak van steden en gemeenten flankeren door steun aan infrastructuur van verenigingen. 
  • We pleiten ervoor dat de federale overheid, desgevallend in samenspraak met de Europese Unie, een verlaagd BTW-tarief van 6 % hanteert voor bouw en verbouwingen aan lokalen van sociaal-cultureel werk. Omdat de sociaal-culturele infrastructuur vanzelfsprekend geen privé-karakter heeft en omdat verenigingen die over infrastructuur beschikken, dikwijls zelf de handen uit de mouwen steken om kosten te besparen, beletten de huidige criteria hen immers om gebruik te kunnen maken van het verlaagd tarief.
  • Via de conceptnota “een toekomst voor de Vlaamse parochiekerk” wil de Vlaamse overheid eventuele neven- en herbestemmingen van religieuze infrastructuur ondersteunen. De nota verwijst reeds naar het belang van samenspraak met sociaal-culturele verenigingen en stelt vast dat vandaag talloze jeugdverenigingen, culturele verenigingen, ouderenverenigingen,… kampen met ruimtetekort. Het recente ontwerpdecreet “met betrekking tot de subsidiëring voor gebouwen van de eredienst, gebouwen voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en crematoria” creëert een subsidielijn voor herbestemmingsstudies en voor werken die gebeuren in functie van nevenbestemming. We stellen voor om in dit kader expliciete verbindingen met het sociaal-cultureel werk mee te bevorderen. Dit kan in samenwerking met het Fonds Culturele Infrastructuur van de Vlaamse Gemeenschap.
  • Waarom geen verbinding leggen tussen twee zeer fijnmazige netwerken: de sociaal-culturele organisaties en de horeca? We stellen voor om aan het Horecaplan, dat door de federale overheid werd goedgekeurd om de noodlijdende horeca te ondersteunen, een vijfde pakket steunmaatregelen te koppelen. Waarom geen label voor horeca die geschikt is voor vergaderingen of andere initiatieven van het sociaal-cultureel werk? En vervolgens lokale horeca-cheques die het sociaal-cultureel werk kan besteden om hier een aantal van hun activiteiten op te zetten?
  • Het aantal concrete bouw- of verbouwingsinitiatieven om ook de gemeenschap en het verenigingsleven in de schoolinfrastructuur te integreren, kent slechts mondjesmaat navolging. We pleiten voor een gezamenlijk initiatief van de ministers van Cultuur en Onderwijs om de infrastructuurcomponent van de Brede School meer te activeren. 
  • De planning rond ruimtelijke ordening moet een speerpunt maken van de publieke ruimte die gemeenschapsvorming stimuleert, met respect voor de schaarser wordende beschikbare ruimte voor een diversiteit aan activiteiten. Om hier concreet invulling aan te geven, kan dit een beleidsprioriteit worden in het kader van het decreet lokaal cultuurbeleid.