Iedereen sociaal-cultureel

Printvriendelijke versie
"Beleidsvoering dreigt eenrichtingsverkeer te worden. Inhoudelijke vrijheid, advies en overleg staan onder druk."
Wat gebeurt er? 
Het decreet voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk garandeert dat organisaties vanuit de eigen missie aan de slag kunnen met mens en samenleving. Hieruit mondden de afgelopen decennia ook nieuwe werkvormen en sectoren voort. Het sociaal-cultureel werk gaf ook mee vorm aan een overheidsbeleid dat aandacht heeft voor overleg en advisering. Het lijkt er steeds meer op dat deze vrijplaats-gedachte aan terrein inboet. We zien collega-sectoren soms gedwongen worden in een vorm van onder-aanneming van het overheidsbeleid. Ook de traditie waarin duizenden betrokken burgers zich vrijwillig mee engageren in duurzaam overleg en advies staat onder druk.
Wat moet er gebeuren? 
De overheden engageren zich in een open beleidskader waarin de doelstellingen en prioriteiten worden bepaald via co-creatie met de betrokken sectoren. Meer organisaties krijgen “sociaal-culturele” ruimte om aan empowerment van mens en samenleving te werken.
Dat betekent onder meer 
  • Het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk voorziet in een prioriteitenbeleid: bij de start van de beleidsperiode kunnen verenigingen en gespecialiseerde vormingsinstellingen intekenen op prioriteiten die door de Vlaamse regering, in overleg met de sector, worden geformuleerd. Omwille van de besparingen werd in 2011 niet ingegaan op onze suggesties rond prioriteiten die transitie mee vorm wilden geven. Voor de volgende beleidsperiode die start in 2016 is er een nieuwe opportuniteit om hier wel werk van te maken. 
  • Stimuli om de diversiteit in de cultuursector te vergroten worden verder ontwikkeld. De Vlaamse overheid moet omkaderende maatregelen uitwerken zodat organisaties hier vanuit hun missie en doelstellingen mee aan de slag kunnen. De overheid legt zichzelf ambitieuze diversiteitsnormen op. 
  • De Vlaamse overheid ontwikkelt een breed sociaal-cultureel kader met sectoren en domeinen die een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan empowerment. Via aanpassing van de regelgeving en/of het opstarten van proeftuinen moet de overheid een vrijplaats creëren voor deze organisaties om op hun sociaal-culturele dimensie te werken. Het sociaal-cultureel werk wordt erkend en ondersteund in zijn rol als bruggenbouwer tussen diverse overheden en het terrein. We denken aan het integratiebeleid, de samenlevingsopbouw, de vierde pijler van de ontwikkelingssamenwerking, het beleid rond duurzame ontwikkeling, rond opvoedingsondersteuning, het sociaal-artistiek werk, het beleid rond de openbare omroep. 
  • De Vlaamse overheid ontwikkelt een “sociaal-culturele monitor”: een monitor die evoluties binnen het brede sociaal-cultureel werk (sociaal-cultureel volwassenenwerk, jeugdwerk, amateurkunsten, erfgoedverenigingen, sportclubs, erkend en niet erkend…) in kaart brengt. Het materiaal kan worden opgebouwd vanuit enquêtes (cfr. Cijferboeken Jeugd), steekproeven of ander onderzoeksmateriaal. Deze mapping wordt geregeld geactualiseerd en gebruikt als basis voor ander onderzoek (bv: de participatiesurvey), met respect voor de herkenbaarheid (en dus beleidsrelevantie) van de diverse sectoren.
  • Lokale adviesraden vormen nog steeds een spil in het duurzaam betrekken van verenigingen en geëngageerde burgers bij het gemeentelijk beleid. De Verenigde Verenigingen werkt samen met de Vormingplussen een ondersteuningstraject uit om de adviesraden methodisch en thematisch te ondersteunen. We pleiten ervoor dat de Vlaamse overheid gedurende meerdere jaren in dit traject investeert en gemeentebesturen hierop sensibiliseert.
  • Participatie aan beleid vooraf bespaart veel corrigerende kosten achteraf: de overheden moeten voortbouwen op een echt participatief beleid, waarin overleg (o.a. met FOV) en advisering (o.a. via de SARC) ernstig wordt genomen. 
  • In het kader van de beleidsvoorbereiding wordt het werken met consultancybedrijven zoveel mogelijk beperkt. De bevoegde overheid dient vooraf expliciet te motiveren waarom vormen van co-creatie, overleg en advisering onvoldoende zouden werken. 
  • Het IVA Sociaal-Cultureel Werk en het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media worden voldoende toegerust zodat zij als beleidsvoorbereider en –uitvoerder, samen met de sector, hun rol als pleitbezorger voor het sociaal-cultureel werk ten aanzien van andere instanties, agentschappen en departementen ten volle kunnen spelen. 
  • In aansluiting op BBB is er één minister bevoegd voor het beleidsdomein cultuur, jeugd, sport en media. Op die manier is er meer eenheid in beleid verzekerd voor het brede sociaal-cultureel werk.