Help innoveren

Printvriendelijke versie
"Vlaanderen kan koploper zijn in sociaal-culturele innovatie."
Wat gebeurt er? 
Samen-aankoop, Repair Café’s, duurzaamheid, burgernabije media en financiële instellingen, emanciperende initiatieven voor mensen met een handicap,… Dag in dag uit werkt het sociaal-cultureel werk aan maatschappelijke innovaties. Gewoon omdat het in onze genen zit: steeds opnieuw antwoorden proberen zoeken op –steeds opnieuw- vragen van mensen. Vanuit die optiek startte Socius begin 2011 het SCI-traject. Een samenleving in verandering wordt vooral mee gemaakt door mensen. Juist daarom is het belangrijk dat het sociaal-cultureel werk kan blijven prikkelen. Vandaag is de ruimte hiervoor te beperkt. Bovendien stopt de interesse van de overheid vaak op het moment waarop een project in een eerste fase is verkend. Een verdere opschaling is dan niet meer aan de orde. Dat is niet duurzaam en effectief.
Wat moet er gebeuren? 
De overheden ontwikkelen een doordacht ondersteuningsbeleid voor elke fase van een sociaal-cultureel innovatietraject: van het idee, over de uitwerking tot en met het verbreden en verdiepen (opschalen) van de geslaagde experimenten. Op die manier maken zij een speerpunt van innovatieve ontwikkelingen ter versterking van het sociale weefsel en een duurzame samenleving.
Dat betekent onder meer 

In de verkenningsfase: 

  • Volwaardige ruimte geven aan onderzoek & ontwikkeling binnen de reguliere werking van organisaties.
  • Ondersteunen van nationale en internationale netwerken en verkenningen, onder meer via een Vlaamse en Europese inspiratiebank voor sociaal-cultureel initiatief, het ondersteunen van nationale en internationale partner-searches, Europese en Vlaamse subsidies voor uitwisselingen binnen Europa.

In de ontwikkelings- en implementatiefase:

  • Inschrijven van een experimentenregeling voor alle werksoorten in het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk. Op die manier creëert de Vlaamse overheid experimenteerruimte en kunnen organisaties nieuwe methodes, thema’s en samenwerkingen verkennen naast de bestaande erkenningscriteria en beoordelingselementen. 
  • Samen met de provincies en de sector afspraken maken over regionale innovatieplatformen voor sociaal-cultureel werk. Op die manier kunnen (boven-)lokale innovatieve initiatieven en samenwerkingsverbanden aandacht en impulsen krijgen.
  • De Vlaamse en federale overheid promoten het concept van tijdbanken in het bedrijfsleven: bedrijven kunnen er -in het kader van hun strategieën rond maatschappelijk verantwoord ondernemen- voor kiezen dat hun werknemers vrijwillig een deel van de bedrijfstijd inzetten voor de coaching en ondersteuning van sociaal-cultureel initiatief.
  • De Vlaamse regering geeft de Sociale Innovatiefabriek een volwaardige plaats in het innovatiebeleid van Vlaanderen en verkent samen met deze lichte structuur de mogelijkheden om de bestaande (nog sterk op technologische en industriële innovatie gerichte) innovatiekaders te verbreden naar maatschappelijke innovatie. 
  • Het kader van waaruit de Sociale Innovatiefabriek werkt is exemplarisch voor een maatschappelijk innovatiebeleid in Europa. We pleiten er dus voor dat het concept vertaling krijgt op het niveau van de Europese Unie.

In de (opschalings)fase van verbreding en verdieping:

  • De regelgeving maakt ruimte voor het opschalen van sociaal-culturele innovaties door het voorzien van een proeftuinregeling. Op die manier kan, op het niveau van een organisatie, een werksoort of de sector actief ruimte worden gegeven aan het verbreden en verdiepen van experiment.
  • Vlaanderen kan perfect een internationale trendsetter, koploper zijn in sociaal-culturele innovatie. Waarom geen zichtbare en dynamische sociaal-culturele innovatie-hub in Vlaanderen waar de experimenten voor morgen worden klaargestoomd en waar binnen- en buitenland zich geprikkeld weten? Zo kan sociaal-cultureel initiatief ook een opschaling buiten de grenzen van de sector en van Vlaanderen kennen. De sector en de academische wereld kunnen hier samen met de overheid werk van maken.