Een volwaardige plaats tussen overheid en markt

Printvriendelijke versie
"Sociaal-culturele organisaties moeten een duidelijke plaats krijgen tussen markt en overheid."
Wat gebeurt er? 
Vandaag ondervinden we heel wat tegenstrijdige signalen over hoe er naar onze activiteiten wordt gekeken, maar de rode draad is duidelijk: het speelveld wordt steeds kleiner. Soms worden we beschouwd als een concurrerende onderneming, dan weer als een overheid, maar steeds minder als een “derde vorm”, tussen markt en overheid. Staan ons processen te wachten over bijvoorbeeld de mosselsoupers van verenigingen? Zullen we weldra federale BTW moeten betalen op subsidies van de Vlaamse overheid? Moeten sociaal-culturele organisaties binnenkort voor de bestelling van hun koffie een bestek uitschrijven? Als de tendens van “alles is markt”-tenzij het overheid is- zich doorzet, is dit niet denkbeeldig. Met financiële onzekerheid, maar vooral veel juridische rompslomp als gevolg.
Wat moet er gebeuren? 
De Vlaamse, federale en Europese overheden werken een kader uit met een duidelijke positie voor sociaal-culturele organisaties tussen markt en overheid. De mogelijkheden voor vrij engagement dat niet door winst is gedreven, worden hierdoor gemaximaliseerd.
Dat betekent onder meer 
  • De EU moet de specifieke positie voor CSO’s (Civil Society Organisations) erkennen. Hierdoor moet de ruimte voor het sociaal-cultureel werk niet steeds worden bedongen vanuit een uitzonderings-argumentatie. Misschien kan het onderzoeken van een vzw-formule naar Europees recht hier ook soelaas bieden.
  • Dit is is een “top 3” van de federale wetgeving die –opgebouwd vanuit een Europees kader- om een fundamentele aanpassing vraagt:
     
    • Wet op de overheidsopdrachten
      De scope van deze wet moet opnieuw worden beperkt tot overheden of organisaties die door de overheid werden opgericht. De toevoeging van het gezagscriterium, met name het al dan niet beschikken over eenzijdige beslissingsbevoegdheid ten aanzien van derden, zorgt wellicht voor de gepaste verduidelijking. Op korte termijn vragen we van de federale overheid om de grensbedragen maximaal op te trekken zodat kleine en middelgrote organisaties zicht alvast geen zorgen hoeven te maken.
    • BTW-wetgeving
      De wijzigende interpretaties inzake vrijstellingen binnen de BTW-wetgeving (artikel 44) leiden tot een verengde toepassing voor sociaal-cultureel werk. We bepleiten een gerichte aanpassing van de invulling van de –in de EU-wetgeving voorziene- begrippen “maatschappelijk werk” en /of “culturele instellingen die door de betrokken lidstaat worden erkend”.
    • Wet Marktpraktijken
      De wet op de marktpraktijken van 6 april 2010 definieert wat een onderneming is. Of er met het oog op winst(-verdeling of –uitkering)of vanuit een sociale doelstelling wordt gehandeld, is volgens deze wet niet relevant. Of, bijvoorbeeld, een sociaal-culturele organisatie ook een onderneming is, moet, case per case, blijken uit de activiteiten en de mate waarin de organisatie deze activiteiten uitoefent. Dit betekent heel wat juridische onzekerheid: een onderneming moet immers voldoen aan de EU-mededingingsregels. Ook hier moet een wijziging van het toepassingsgebied een einde kunnen stellen aan het ongewisse voor sociaal-cultureel werk.
       
  • De subsidiërende overheid is soms mede-belanghebber in een juridische betwisting. Deze overheid moet zich samen met de betrokken sociaal-culturele organisatie partij kunnen stellen in juridische betwistingen en/of ondersteuning geven aan het verwerven van gedegen juridische begeleiding.