Bovenlokale ondersteuning

Printvriendelijke versie
"Mensen die zich engageren in sociaal-culturele groepen moeten kunnen rekenen op een minimale bovenlokale begeleiding en ondersteuning."
Wat gebeurt er? 
Het leeuwendeel van het sociaal-cultureel werk vindt plaats in de buurten en wijken van Vlaanderen. Verenigingen komen en gaan, generaties wisselen, vrijwilligers engageren zich in vele vormen en gedaanten. Alleen al het sociaal-cultureel volwassenenwerk telt zo’n 14.000 lokale groepen en afdelingen. Daarnaast zijn er nog de andere sociaal-culturele groepen. En de informele groepen die niet aangesloten zijn bij of ondersteund worden door een bovenlokale organisatie. Heel dit sociaal-cultureel landschap verdient bovenlokale steun: op het vlak van methodes, programmatie, administratie en financiën.
Wat moet er gebeuren? 
De Vlaamse overheid richt, naar analogie met het dynamo-project in de sport, een fonds op waarmee erkende sociaal-culturele organisaties gezamenlijk aan de slag kunnen om lokale groepen die nergens bij aangesloten zijn te ondersteunen.
Dat betekent onder meer 
  • Alle mensen die zich engageren in sociaal-culturele groepen moeten kunnen rekenen op een minimale bovenlokale begeleiding en ondersteuning op het vlak van administratie, financiën en bestuurszaken. We vragen dat de Vlaamse overheid samen met de sector de piste verkent om hiervoor, naar analogie met het dynamo-project in de sport, een fonds op te richten. Dit fonds wordt dan beheerd door de sociaal-culturele verenigingen die zich hiertoe engageren en werkt op volgende terreinen:
     
    • Informatie over administratieve en bestuurszaken
    • Helpdesk voor lokale verenigingen
    • Managementvormingen en bijscholingen
    • Individuele ondersteuning
       
  • Het fonds focust dus op zaken die aansluiten bij het management van een lokale groep. Via de informatie-instrumenten kunnen groepen uiteraard ook kennis maken met de methodische en inhoudelijke kaders van elke erkende sociaal-culturele vereniging.
  • We pleiten ervoor om, naar analogie met de sportsector, dit fonds een decretale verankering te geven. Dit kan als proeftuin in het participatiedecreet of het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk. 
  • Het is belangrijk dat bestuursvrijwilligers in sociaal-culturele verenigingen voldoende op de hoogte zijn van relevante beleidsontwikkelingen (in Vlaanderen, België en Europa) die een reële impact (kunnen) hebben op hun engagement. We vragen dat de respectieve overheden zich, samen met de sector, organiseren op deze gerichte informatie-doorstroming.
  • De interne staatsvorming in Vlaanderen moet blijven uitgaan van een duurzame en gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de diverse bestuursniveaus (gemeenten, provincies en de Vlaamse Gemeenschap) voor het sociaal-cultureel beleid.